top of page

INLEIDING

De inteeltcoëfficiënt, wat is dat en waarom wil je die weten?

De Inteeltcëfficiënt (hierna te noemen de IC, in het Engels: COI- coefficient of inbreeding) werd bedacht door Sewal Wright, een evolutionair geneticus. Hij werkte o.a. voor het Amerikaanse landbouwdepartement met als taak moderne genetica in de dierfokkerij te implementeren. Tijdens die werkzaamheden schreef hij een kort maar baanbrekend document genaamd “Coefficients of Inbreeding and Relationship”(1921), waarin hij de afleiding van zijn nieuwe inteelt coëfficiënt, “Writht’s F” beschrijft. Het was in zijn tijd al bekend dat inteelt (het paren van verwante dieren) een tweeërlei effect had: aan de ene kant voordelen en aan de andere kant nadelen:


voordelen:

*toegenomen uniformiteit

*toegenomen prepotentie (het vermogen eigenschappen door te geven aan het nageslacht)

*het vastleggen van gewenste eigenschappen en rastype (fixing)


nadelen:

*verminderde vruchtbaarheid

*verminderde levenskracht

*geboortedefecten

*kleiner formaat

*minder nakomelingen

*langzamere groei

*hogere puppysterfte

*kortere levensverwachting

*toename genetische aandoeningen

*verminderde genetische mogelijkheden (mogelijkheid eigenschappen te verbeteren)


Fokkers willen uiteraard inteelt gebruiken om hun fokprogramma te verbeteren, maar ze riskeren dus ook een lange lijst van schadelijke effecten. Dit probleem probeerde Wright op te lossen toen hij zijn document schreef. De IC als instrument om de afweging te maken tussen de voor- en nadelen van inteelt.


Definitie van IC

Wij gebruiken in deze handleiding de volgende definitie van inteelt, gebruikmakend van de context van IC:

De Inteeltcoëfficiënt van een individu is de waarschijnlijkheid dat beide allelen op een willekeurig genomen locus van dit individu door afkomst hetzelfde zijn .

Of in andere woorden: de gemiddelde homozygotie in een dier door voorouders die zowel in de lijn van de vader als moeder voorkomen.


Een dier erft één kopie van elk gen van zowel zijn vader als moeder Er kunnen veel verschillende versies zijn van een gen (deze worden allelen genoemd), maar elk dier heeft hooguit twee versies. Als het paar allelen van een dier precies gelijk zijn, dan is dat gen homozygoot (b.v. AA of aa). Als de allelen verschillend zijn, dan is het gen heterozygoot (b.v. Aa). Als de vader en moeder een gemeenschappelijke voorouder hebben, kan het zijn dat beide een kopie van een bepaald allel hebben die van die gedeelde voorouder komt, waardoor hun nageslacht datzelfde allel van beide ouderdieren zou kunnen erven.

Dit gegeven gaan we nu verder gebruiken voor het berekenen van de IC.

bottom of page